Over recht op verdriet

Het moet nu maar eens over zijn. Ik ben er al 20 jaar mee bezig en ik wil dat niet meer. Ik ben vooral verdrietig als ik alleen ben, als ik werk en druk ben heb ik er geen last van. Ik wil verder en vind dat ik vastzit. In de tussentijd vertelt ze dat ze sinds negen maanden op zichzelf woont. Ze vindt zichzelf een zeur en het valt vergeleken met andere mensen die iemand hebben verloren best wel mee.

Ik merk dat haar verhaal me raakt en dat zij het bagatelliseert en dat ze erg oordeelt over zich zelf. Ze vergelijkt haar verdriet met dat van anderen en dan vindt ze dat ze zich niet zo moet aanstellen. Weg van het verdriet en weer verder.

Zo streng en hard voor zichzelf. Ik zeg: “Van mij mag jij ook verdrietig zijn.” Ze kijkt me met grote ogen aan. Het blijft even stil en dan zegt ze. “Ik merk nu pas dat ik zo doe. Ik heb nooit gedacht dat ik ook verdrietig mag zijn. Ik heb ook best wat meegemaakt.”

“Ja,” zeg ik,” Jij hebt ook best wat meegemaakt.“