Over harnassen en drie vragen

Over harnassen en drie vragen

“Zouden jullie de ander eens voor iets willen bedanken?” De sfeer wordt meteen wat ongemakkelijk. Hij kijkt uit het raam en zij lijkt zich op gelaten te voelen. Uiteindelijk zegt zij: “Ik ben blij dat je met mij relatietherapie wilt doen”. Hij hoort het, schudt zijn hoofd en antwoordt niet. Zij valt stil. Trekt haar harnas aan.

Dan weer het ongemak; mijn onrust neemt toe. Waarom zegt hij niet gewoon dank je wel? En waarom zegt zij niets meer? (...) Volgende vraag: “Zeg eens tegen elkaar wat je lastig vindt aan de ander.”

Dit keer begint hij en hij vertelt wat hij lastig vindt te vertellen. Zij luistert en geeft vervolgens een hele uitleg.

Ik kan het inmiddels niet meer volgen. Hij houdt zich niet aan de opdracht. Toch zijn zij in gesprek. Zij begrijpen waar het over gaat en uiteindelijk hoor ik haar zeggen dat zij vindt dat ze zich inderdaad kinderachtig heeft gedragen. Wauw een excuus; ze neemt verantwoordelijkheid voor haar eigen gedrag! (...)

Tot slot de laatst opdracht: “Spreek uit wat je in de ander aantrekt.”

Opnieuw een stilte. Dit keer begint zij en ze vertelt over vroeger en wat ze mist. Nee zeg ik dat is niet de vraag. Ze begint opnieuw:"Eigenlijk vind ik je nog steeds aantrekkelijk. je bent erg zorgzaam voor anderen. dat wil ik ook voor mij."

Hij zegt:” Je bent een goede moeder en ik houd van je zorgzaamheid en je chaos”. “Nee, zegt zij, ik geloof er helemaal niets van”.

Dag compliment. Ik schrik ervan; zo dat is heftig en tegelijk maakt mijn hart een sprongetje; eindelijk komt ze naar buiten en slikt ze het niet! Wat een stap.

Wat heb je nodig zodat je het wel kunt geloven? Uiteindelijk maakt hij zijn omschrijving veel concreter en weet zij wat hij bedoelt. (...)

Voordat we het weten zijn we aan het einde van de sessie. Ik besef dat drie opdrachten genoeg kunnen zijn om tot verdieping te komen. Daar waar we starten en zij in eerste instantie hun harnassen aantrokken, daalden we stapje voor stapje af naar waar het werkelijk om draait; zeggen wat je te zeggen hebt en de ander de ruimte geven hier op te reageren. Harnassen uit, af en toe gewond raken en toch verder gaan.